Maandelijks archief: mei 2020

Juridische kwakzalverij van het complotdenkersgilde

Eind vorig jaar werd ik op een of ander internetplatform beschuldigd van ‘ecocide’ (zie hier voor de Engelstalige duiding), omdat ik de complottheorieën over 5G maar onzin vond. De beloofde aansprakelijkstelling heb ik uiteraard nooit ontvangen, maar ik kreeg wel de raad om me aan te sluiten bij een collectief dat bestuurders en politici aansprakelijk ging stellen voor de (vermeende) schade die de introductie van 5G zou veroorzaken.

Hij was zo vriendelijk om mij en andere gebruikers te voorzien van een linkje naar meer informatie over de procedure. Daar stond de volgende onnavolgbare kakofonie aan woorden die door moest gaan voor een juridische analyse, maar waar inhoudelijk geen pepernoot van klopt:

Het blijkt dat zonder jouw toestemming (wilsverklaring (Art 3.33 BW) een persoonlijke dienstbaarheid, zoals de aanleg van het 5G netwerk, niet acceptabel (Art. 1.1 lid 2 BW) is. Met andere woorden zonder jouw toestemming mag de activering van 5G niet. Dit feit maak je juridisch ‘hard’ door een verbintenis aan te gaan met de directeuren van de telecomproviders, voordat het netwerk geactiveerd wordt. Als dit daarna toch gebeurt is er sprake van een onrechtmatige daad tegen jou en dat geeft je het recht op een schadevergoeding (Art. 6:162 BW).

Zoals gezegd is het een hele brij, maar ik ga proberen het te ontwarren.

Persoonlijke dienstbaarheid
In feite staat er dat een persoonlijke dienstbaarheid alleen mag met jouw toestemming, die hier gemakshalve gelijkgesteld wordt met de wilsverklaring. Het begrip ‘persoonlijke dienstbaarheid’ ziet echter op de situatie dat iemand zijn ‘rechtstoestand’ verliest. Daarbij moet je denken aan slavernij en horigheid. Het uitzetten van een gsm-netwerk heeft voor niets en niemand slavernij tot gevolg, dus is er ook geen sprake van een persoonlijke dienstbaarheid.

Daarbij komt nog eens dat het praktisch al vrij lastig is om iemand toestemming te geven tot slavernij, maar het mag ook niet. Zulke overeenkomsten zijn nietig, omdat ze in strijd zijn met de wet en de goede zeden; hoe hard je het ook probeert, een dergelijke overeenkomst kan niet tot stand worden gebracht. ‘Toestemming voor een persoonlijke dienstbaarheid’ is daarmee dubbel fout.

Wilsverklaring
Dan de wilsverklaring. Zij ziet niet op het geven van toestemming, maar op het rechtsgeldig tot stand brengen van een rechtshandeling: een menselijke handeling die het inroepen van een rechtsgevolg beoogt, zoals het aangaan van een overeenkomst, maar ook het erkennen van een kind bijvoorbeeld. De rechtshandeling brengt verandering in de rechtssituatie van betrokkenen teweeg. Het aangaan van de overeenkomst of de erkenning komt pas tot stand als dat ook echt de wil was van diegene die de rechtshandeling verrichtte en zolang die wil naar buiten kenbaar was. Dat is de wilsverklaring.

Zonder rechtshandeling is het begrip wilsverklaring inhoudsloos. Bij het uitrollen van een nieuw gsm-netwerk is van een rechtshandeling geen sprake; er treedt geen verandering op in de rechtspositie van betrokkenen. En zelfs als je gelooft dat de introductie schade veroorzaakt, maakt het dat nog geen rechtshandeling, omdat het resultaat in dat geval niet is beoogd. Geen rechtshandeling, dus ook geen wilsverklaring.

Het ‘aangaan van een verbintenis’
Vervolgens de zinsnede die eigenlijk helemaal geen hout snijdt: ‘Dit feit maak je juridisch ‘hard’ door een verbintenis aan te gaan met de directeuren van de telecomproviders’, om eraan toe te voegen dat het door hen ‘negeren’ van de ‘verbintenis’ tot een onrechtmatige daad leidt. Hier lopen begrippen door elkaar.

In de eerste plaats: ‘verbintenis’ is een containerbegrip voor allerlei rechtsverhoudingen die (uiteindelijk) uit de wet voortvloeien. De bekendste verbintenis is de overeenkomst, die tot stand komt door middel van een meerzijdige rechtshandeling. In de volksmond wordt de overeenkomst ook wel een contract genoemd. De verbintenis roept rechten en plichten in het leven voor de partijen die bij het contract zijn betrokken.

De onrechtmatige daad uit art. 6:162 van het Burgerlijk Wetboek is een andere verbintenis. Daarvan is sprake als iemand – kort gezegd – schade veroorzaakt en hem dat valt aan te rekenen. De verbintenis bestaat eruit dat de één verplicht is de schade te vergoeden en de ander het recht verkrijgt op vergoeding van de schade. Die verbintenis ontstaat ‘vanzelf’ als aan de voorwaarden is voldaan. Daarvoor hoeft helemaal geen ‘verbintenis’ te worden aangegaan. Je kunt geen onrechtmatige daad aangaan.

Sterker nog: het enige dat je in dit geval aan zou kunnen gaan is een overeenkomst. Daarin zou je in theorie met de telecombedrijven overeen kunnen komen dat het 5G-netwerk niet wordt opengesteld. Het negeren van een overeenkomst levert echter nooit een onrechtmatige daad op, maar wanprestatie ex. art. 6:74 BW. Voor de totstandkoming van een overeenkomst is – zo legde ik hierboven al uit – een wil nodig en ik durf te wedden dat die wil er bij de telecombedrijven niet is.

Wat klopt er dan wel?
Het collectief had die juridische kwakzalverij ook gewoon achterwege kunnen laten. Voor het veroorzaken van schade is de onrechtmatigedaadbepaling van toepassing. Op grond daarvan had het collectief de rechter om een verbod kunnen verzoeken. Nadeel daarvan is dat de achteloze lezer geen 29 euro meer uit de zak geklopt kan worden. Eerlijkheidshalve biedt het collectief ook aan dat je op eigen initiatief actie onderneemt. In dat geval kun je door het collectief opgestelde “contracten” invullen en zelf naar de telecombazen opsturen.

Eigenlijk is het een hilarische werkwijze. Ik stel een contract op en verstuur dat naar iemand anders om de ander bij niet-nakoming te dagvaarden voor een vordering uit onrechtmatige daad. Lekker makkelijk verdiend: je stuurt gewoon zelfgeschreven contracten rond en incasseert de schadevergoedingen als de mensen – die nooit akkoord zijn gegaan – zich er niet aan houden.

Waarom behoren er geen juristen tot het complotdenkersgilde?

Nostalgisch muziekgenre in tijden van corona

Hoewel de tijd van thuisquarantaine een hoop gelegenheid biedt tot het boeken van vooruitgang in werk, studie en het schrijven van mijn familiekroniek, heeft een mens soms toch echt afleiding nodig om het hoofd een beetje leeg te krijgen. En wat werkt dan beter dan doelloos rondklikken op YouTube om daar vergeten muziekgenres te herontdekken?

Gisteren kwam ik via een afspeellijst van jarennegentigklassiekers op een aantal nummers dat je onder het zogenoemde eurodance zou scharen. Een muziekgenre dat eind jaren tachtig in Duitsland ontstond als een ietwat vreemde mix van housemuziek, techno en hiphop, met disco-achtige videoclips van kleurig geklede zangeressen en een rapper die er af en toe tussendoor kwam.

De populariteit verspreidde zich via Duitsland naar de Benelux. Vanaf de jaren negentig speelden Nederlandse bands de voornaamste rol in het genre. Nog meer dan de dj’s van nu waren de eurodancegroepen het grootste muziekexportproduct van ons land. Het bekendste voorbeeld zijn ongetwijfeld de Vengaboys met nummers als Boom, boom, boom, boom!! en We’re Going to Ibiza, beide uit 1998. Eerdere successen werden geboekt door 2Unlimited, dat met No Limit uit 1993 in veertien (!) landen de nummer-een-positie bereikte.

No Limit van 2Unlimited, wereldwijd de grootste hit van het jaar 1993

Wikipedia noemt nog een aantal nummers dat onder eurodancemuziek geschaard wordt en die in ieder geval bij mij nostalgische gevoelens oproepen, hoewel de meeste strikt genomen van voor mijn tijd zijn. Klassiekers als What Is Love (1993) van Haddaway en It’s My Life (1992) van Mr. Alban kent ieder kind dat geboren werd in de jaren negentig. Diezelfde ‘kinderen’ zingen nummers mee als Barbie Girl (1997) van Aqua, Blue, Da Ba Dee (1998) van Eiffel 65 en Coco Jamboo (1996) van Mr. President.

What Is Love van Haddaway uit 1993.

Hetzelfde Wikipedia vertelt ons dat het hele genre aan het begin van deze eeuw compleet van de radio verdween. En dat is niet alleen fascinerend – een heel muziekgenre waar opeens niemand meer interesse in toont – maar ook wel jammer, ware het niet dat in 2005 YouTube werd opgericht en we nu een hele quarantaine lang naar de door ons zelf uitgekozen nummers kunnen luisteren.