Mijn oudovergrootvader Theodor Rutten (1759-1814) leefde in een tijd waarin kindersterfte aan de orde van de dag was. Je mocht van geluk spreken als de helft van je kinderen de kleutertijd overleefde. Dat gegeven, in combinatie met het gebrek aan ook maar één middel dat geboortebeperking mogelijk maakte, dwong ouders ertoe creatief om te gaan met de beschikbare (lees: bijbelse) namen die aan kinderen gegeven mochten worden.
In de praktijk betekende dat dat dezelfde naam aan verschillende kinderen gegeven werd, zij het steeds in een andere volgorde of in een andere vorm. Bij Theodor en zijn eerste vrouw Maria Backes (overleden in 1791) hield dat ook in dat de naam van een kind vrijkwam om aan een volgend kind te kunnen geven zodra het eerste kind met die naam was overleden. Een en dezelfde naam kon op deze manier diverse keren binnen een en hetzelfde gezin worden gegeven.

Driemaal Gerardus

Bij Theodor en Maria gebeurde dat met de naam Gerardus; sowieso al een naam die ik tot aan mijn opa Wiel (1934-1990) − Willem Johannes Anna Gerardus − in iedere generatie binnen mijn stamboom ben tegengekomen. In het negen jaar durende huwelijk van Theodor en Maria werden vier zonen en één dochter geboren. Een levenloos geboren zoon in 1785 kreeg geen naam mee; de andere drie heetten – u raadt het al – Gerardus, voor het gemak door mij van een volgnummer voorzien:

– Gerardus I (26 augustus 1782 − 29 augustus 1782)
– Gerardus II (17 september 1783 − 15 januari 1789)
– Gerardus III (11 maart 1789 − 19 maart 1789)

Vooral bij het derde kind lijkt dit wrang: zijn ouders hebben net 5,5 jaar lang een ander kind Gerardus genoemd en gaan daar na diens overlijden in feite mee door. Bovendien was Maria ten tijde van de tweede Gerardus al een halfjaar zwanger van de zoon die later als derde kind de naam Gerardus zou krijgen. Zo krijg je toch een beetje de indruk dat het overleden kind wordt ingeruild voor de nieuw geboren baby. Al zal dat toen vast niet zo gevoeld hebben.
Maria beviel tijdens haar huwelijk met Theodor ook nog van een dochter: Catharina. Van haar is alleen bekend dat zij op 9 september 1791 overleed. Zij werd hooguit elf jaar oud. Het overlijden van Maria in juni 1791 wijst er mogelijk op dat ook Catharina niet ouder werd dan enkele maanden. Van de vijf kinderen van Theodor en Maria heeft zodoende geen enkel de volwassen leeftijd bereikt; de oudste geverifieerde leeftijd was nog geen zes.

Andermaal een Gerardus

Na de dood van Maria trouwde Theodor met Hendrina Verhaegh. Met haar kreeg hij drie kinderen. Opvallend genoeg kreeg de eerste zoon de naam Martinus (1792-1809); beiden durfden het blijkbaar niet aan direct hun eerste kind Gerardus te noemen. Die naam werd wel bij de tweede geboorte vergeven.
Dat die laatste wel de volwassen leeftijd haalde, betekende in ieder geval dat de naam van Theodors vader Gerard Rutten (1726-1793) voortleefde. Bovendien had ik, zonder mijn oudgrootvader Gerardus (1794-1847), hier nu niet gezeten.

Geboorteakte Gerardus Rutten, 1794-1847

De geboorteakte vermeldt: “21ste [maart]. Geboren en gedoopt is Gerardus, wettige zoon van Theodor Rutten en Hendrina Verhaegh. Getuigen Peter Verhaegh en Anna Maria de Trouz in de plaats van Leonore Claessens.” Vertaling door ondergetekende.

Na Gerardus IV en Martinus beviel Hendrina van dochter Maria Magdalena in 1797. Zij zou het laatste kind zijn van Theodor en Hendrina. Na de dood van de laatste kreeg Theodor met zijn derde vrouw in 1806 nog een zoon. Dat de huwelijken van Theodor Rutten elkaar in een rap tempo opvolgden, beschrijf ik in de blogpost over de huwelijkscarrousel van mijn oudovergrootvader.