Wie in Limburg naar de naam van een pater vraagt, krijgt ongetwijfeld meer dan eens die van pater Karel te horen. Maar de bekendste pater die de provincie heeft voortgebracht is zeker niet de enige geestelijke die zijn sporen buiten de landsgrenzen heeft verdiend. In de van oorsprong zo katholieke provincie struinden paters tientallen jaren de wereld af om het evangelie te verspreiden.

Een van hen was pater Rafaël, geboren in 1910 in Horst als Cornil Hendrik Mechtild Zevenhoven. Hij was het derde kind en de tweede zoon in het gezin van Willem Zevenhoven (1868-1920) en Carolina Duijf (1879-1916). Zij kregen naast Cornil nog drie zonen en twee dochters. Vader Willem was schoenmaker van beroep; diens elf jaar jongere vrouw Carolina was ten tijde van hun huwelijk werkzaam als dienstmeid, maar zorgde vanaf de geboorte van de kinderen voor hen en het huishouden.

Jeugd
Cornil had allesbehalve rooskleurige kinderjaren. Hij kwam er als kleine jongen, samen met zijn broertjes en zusjes, al snel alleen voor te staan. Nadat in 1916 eerst zijn moeder stierf, overleden kort daarna zijn 3-jarige broertje Arnold in 1917 en zijn vader in 1920. De overgebleven kinderen werden zo jong wees en waren aangewezen op adoptieouders en andere voogden.

Die laatsten organiseerden in april 1920 de verkoop van de spullen die de kinderen van hun ouders hadden geërfd: het ouderlijk huis, een stuk bouwland en meubelen. Het zou voorlopig de laatste keer zijn dat het gezin als zodanig bij elkaar was: de kinderen werden gescheiden en kwamen op verschillende plekken in het land terecht. Cornils oudste zus Anna woont in 1924 in het naburige Wanssum, zijn jongste zusje Maria vertrekt naar Doetinchem, zijn oudste broer Matthias komt in de Brabantse plaats Maashees terecht en de twee jaar jongere Joep blijft in Horst achter.

Franciscanen
Van Cornil is als enige onbekend waar hij na de dood van zijn vader werd ondergebracht. Tot augustus 1934 studeerde hij vermoedelijk theologie aan het kleinseminarie Rolduc in Kerkrade en reeds op 8 september 1933 trad hij op 23-jarige leeftijd toe tot de orde van franciscanen. Na zijn studie verhuisde hij naar Venray, vanwaar hij in 1936 als franciscaner frater naar Wijchen vertrok.

Hier, in het kerkdorp Alverna, werd tussen 1886 en 1889 een groot franciscanenklooster gebouwd, een gebeurtenis die tevens de stichting van het dorp betekende. Alverna werd immers vernoemd naar La Verna, de berg in Toscane waar Franciscus van Assisi in 1224 zou hebben verbleven. De keuze voor Wijchen is daarmee goed te verklaren.

Op 10 september 1937 ontving Cornil namens mgr. Arnold Diepen, destijds de bisschop van Den Bosch, in de kapel van het klooster de tonsuur: het kaalscheren van de kruin als teken van toewijding aan God en verzaking aan seksualiteit. De dag daarna volgden de vier zogeheten mindere orden. Samen met hem werd een veertigtal andere fraters gewijd. Het was tevens het eerste moment dat we Cornil onder zijn kloosternaam Carolinus tegen zouden komen. Een naam die hij mogelijk koos uit eerbied voor zijn jong overleden moeder Carolina.

Missiepater
Als pater Carolinus vertrok hij aan het einde van diezelfde maand op missie naar Brazilië. In aanloop naar zijn vertrek werd tijdens de missen in zijn geboortedorp Horst een ‘liefdadigheidspredicatie’ gehouden, waarmee driehonderd gulden werd ingezameld. Volgens de Nieuwe Venlosche Courant “weer een schitterend bewijs van de mildadigheid van de parochianen, als ’t geldt, het steunen van de goede zaak”.

Het uiteindelijke afscheid van de elf missiepaters vond plaats op 25 september 1937 in de kerk van Doddendaal in Nijmegen. Acht paters vertrokken naar Brazilië en drie naar Nederlands-Nieuw-Guinea. Na een afscheidspredicatie door de plaatselijke pastoor en vredesgroeten van de aanwezigen stapten de paters in een ‘gereedstaande autobus’. Deze zou hen op weg naar hun missiegebied helpen.

De eerste bestemming van pater Carolinus werd Visconde do Rio Branco, waar hij zich frei Rafaël (broeder Rafaël) ging noemen. Hij kwam terecht in een stadje met ongeveer 35.000 inwoners, gelegen in de deelstaat Minas Gerais, in het zuidoosten van Brazilië. Pater Rafaël zou er iets meer dan twintig jaar verblijven en er onder meer zijn 25-jarig kloosterjubileum vieren. De franciscaner vertegenwoordigers hadden in deze katholieke gebieden een groot aanzien. Tijdens zijn verblijf hier had pater Rafaël onder andere een column in het weekblad A Semana, waarin hij zeer conservatieve denkbeelden niet schuwde. Zo hekelde hij de vrijmetselarij en preekte hij: ‘wie niet bij de Kerk van Jezus hoort, is tegen haar’.

Muzambinho
Vanuit Visconde do Rio Branco verplaatste pater Rafaël zich vanaf het begin van de jaren zestig naar het kleinere plaatsje Muzambinho, verder naar het noordoosten. Daar liet hij een onuitwisbare indruk achter. Daarvoor hoeven we slechts te kijken naar wat er heden ten dage over is van zijn nalatenschap: de grote, centrale weg door het stadje heet de Avenida Frei Rafaël (Broeder Rafaëllaan) en direct na zijn overlijden werd een scholengemeenschap opgericht met zijn naam.

Hoewel de school inmiddels van naam is veranderd, vinden we in de literatuur nog diverse verwijzingen naar frei Rafaël. Een bijzonder voorbeeld is de biografie van de vooraanstaande radio- en televisiepresentator en journalist Milton Neves (met twee miljoen volgers op sociale media), waarin hij terugkrijgt op zijn jeugd in Muzambinho en daarbij frei Rafaël aanhaalt:

“[…] de Nederlandse broeder Rafaël Zevenhoven, Botafogo-fan, [had] een onheilspellend silhouet van bijna 1,90 meter. Onze priester was een visionair, een man die zijn tijd ver vooruit was. Hij voorzag de wijdverbreide corruptie van de burgemeesters en benoemde dit wekelijks vanaf de preekstoel.”

Daarmee zal hij zich ongetwijfeld niet geliefd hebben gemaakt bij de gevestigde orde, maar bij de lokale bevolking des te meer. Net als vele andere franciscanen overigens die in al die jaren de revue zijn gepasseerd in Muzambinho. Onder hen een groot aantal Nederlanders.

Terugkeer naar Nederland
Midden jaren zeventig besloot Rafaël terug te keren naar Limburg om ook hier nog iets voor de mensen te kunnen betekenen. Op dat moment had hij bijna veertig jaar missionariswerk verricht in Brazilië. In Nederland vond hij onderdak bij broeders in Maastricht.

Uiteindelijk bleek zijn terugkeer van korte duur. Op de avond van 11 december 1976 sloeg het noodlot toe. Na een eucharistieviering werd Rafaël ter hoogte van het Dr. Poelsoord aan de Meerssenerweg in Maastricht geschept door een auto. Naar verluidt struikelde de pater bij het oversteken, kon de automobilist niet meer remmen en was een aanrijding onvermijdelijk. Hij overleed dezelfde avond nog op 66-jarige leeftijd aan zijn verwondingen. Het betekende een uiterst triest einde voor de pater, die veertig jaar in dienst van de mensen had gestaan en wiens leven al even ellendig eindigde als dat het was begonnen.

De woensdag na zijn overlijden werd Rafaël herdacht in de kapel die de franciscanen tot hun beschikking hadden in de Capucijnenstraat in Maastricht. De ochtend daarop vond de uitvaart plaats in de Kerk van Sint-Pieter boven. Daar werd hij, ten noorden van het kerkgebouw, bijgelegd op het gedeelte met de graven van religieuze orden. Tegenwoordig deelt Rafaël er een kruis met Benjamin Henkes, die twee jaar na hem overleed.

Rafaël liet als celibatair geestelijke alleen zijn broers, zussen en religieuze broeders achter. De oudste zus van Rafaël, Anna, trouwde met Joseph Trommar en woonde ten tijde van Rafaëls overlijden in Eindhoven. Zij overleed aldaar in 1990 op 83-jarige leeftijd. Rafaëls jongste zuster Maria trouwde met Ger Rutten en woonde in Heerlen. Zij overleed in 1988 op 74-jarige leeftijd.
De broers van Rafaël trokken net als hij naar het buitenland. Mathias verhuisde in 1930 naar Nederlands-Indië, trouwde daar en kreeg er kinderen, werd er failliet verklaard en stierf er als hoofdopzichter in 1954 op 46-jarige leeftijd. Joep werd schilder, emigreerde met zijn vrouw en kinderen naar Brisbane (Australië) en overleed daar in 1984 op 72-jarige leeftijd. Hij ontbrak in de overlijdensadvertentie van Rafaël in 1976.

De medebroeders van Rafaël hadden reeds in 1970 hun kerk en klooster verkocht. Tijdens Rafaëls verblijf was er nog slechts sprake van een kleine gemeenschap in een pand aan de Capucijnenstraat. De laatste paters vertrokken hier in 1980, waarmee een einde kwam aan acht eeuwen aanwezigheid van de franciscanen in Maastricht.